feb 15 2015

Dorpsatlas #2 – Spoor in Opeinde

Drachten is tegenwoordig één van de grootste Nederlandse steden zonder spoor- of tramverbinding. Onderstaande kaart bewijst dat dit niet altijd zo geweest. Niet alleen Drachten, maar ook dorpen als Opeinde, Nijega, Suameer en Bergum hebben de luxe van een tramverbinding gehad. Het is een interessant stukje geschiedenis: de opkomst en teloorgang van de tram en de trein in de gemeente Smallingerland. Peinder en HFDP-lid René Hogendijk – beheerder van de website smallingerland.webklik.nl – dook in deze historie, waarvan hieronder de hoofdlijnen.

Het regionale spoornetwerk in kaart. Bron: spoorverledendrachten.nl. Klikken is vergroten.

Het regionale spoornetwerk in kaart. Bron: spoorverledendrachten.nl. Klikken is vergroten.

Onderstaande tekst is geschreven door René Hogendijk.

Spoor in Opeinde

Het is al weer even geleden, maar Opeinde had vroeger een tram. Men had vanaf 1896 de mogelijkheid om richting Nijega en Sumar te reizen of richting Drachten. Wat vroeger te voet een uur duurde, bijvoorbeeld naar Drachten, kon nu in 15 minuten; een hele verbetering. Naast het traject Drachten-Opeinde-Nijega is er later een tracé langs de Folgeralaan aangelegd richting Groningen.

Het was al in 1868 dat er een spoortrace kwam van Zwolle naar Leeuwarden. Het zou dus nog een kleine 30 jaar duren voordat Opeinde per spoor bereikbaar zou worden. Voor kleinere dorpen als Opeinde was het rendabeler zogenaamde tramlijnen aan te leggen op smalspoor. De kosten waren lager; onder meer vanwege het gewicht van de trams en daardoor de bouw van het spoor. Er waren geen bielzen nodig en men kon rijden op zicht, waardoor seinen niet nodig waren, en het was mogelijk de sporen parallel aan wegen aan te leggen. Nadeel was dan wel dat de tram niet snel kon rijden vanwege de veiligheid. 

Het spoor liep aan de noordkant van Nijtap en de Kommisjewei.

Voor zover bekend de enige foto van de tram rollend door Opeinde. Het spoor liep aan de noordkant van Nijtap en de Kommisjewei.

Nu ging de tram door Opeinde aanvankelijk niet erg hard, zo rond de 25 km/u. Men kon een tram met een fiets ‘makkelijk’ bijhouden, alhoewel daarbij moet worden vermeld dat met de fietsbanden uit die tijd een snelheid van 25 km/u een hele uitdaging was. Het duurde echter niet lang voordat de toegestane snelheid omhoog ging naar 50 km/u. Ondanks de beperkte snelheid kon niet worden voorkomen dat met de jaren een aantal mensen de dood vonden door de tram.

De tram had in Opeinde twee haltes, een bij het café van Nijtap en de ander bij het café in het dorp. Toch was het niet onmogelijk om ook tussen de haltes de tram ‘te pakken’. Mijn vader vertelde me dat hij als jongen af en toe van hun huis op Nijtap stiekem meeliftte om zo naar de basisschool op de Kommisjewei te komen. Naast de haltes werd er op den duur een wisselplaats voor goederen aangelegd in het centrum. Zo kon hout en kool beter worden aangevoerd voor de aanwezige industrie.

Via de richting Nijega kon men verder naar Sumar waar men kon overstappen op de (paarden)tram richting veenwouden. Richting Drachten kon men de weg vervolgen naar Gorredijk en Heerenveen. Daarnaast werd op de scheiding van Opeinde met Drachten in 1913 nog een traject aangelegd richting Groningen. Tot aan 1948 was er op beide tracés personen- en goederenvervoer. Dit personenvervoer per tram kon de concurrentie niet aan met de autobus. De tram werd steeds meer onrendabel. Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog en vlak erna zou er nog een kleine opleving zijn van het personenvervoer per tram. Dit was met name vanwege de benzine/ olie schaarste. Dit hadden de bussen nodig. De tram was kolengestookt (stoom), en dit laatste was nog wel voldoende voorradig. Toch kon niet worden voorkomen dat het vervoer per tram onrendabel werd en in 1948 zou de laatste tram door Opeinde rijden. Ditzelfde was ook het geval voor het personenvervoer van Drachten naar Groningen. 

Het is pas in 1956 dat de nog altijd bekende spoorwegovergang (Nijtap/ Folgeren) richting Hogeweg, werd aangelegd voor goederenvervoer richting Philips. Dit Philips-lijntje zou nog bijna 30 jaar blijven bestaan, totdat ook deze in 1985 werd opgedoekt.

Lees hier René’s volledige artikel over het spoor in Smallingerland.

Geef een reactie

Your email address will not be published.