«

»

Dorpsatlas #9 – Rendierjagers en oervissers

Het krantenbericht dat we in Opeinder Courant #9 aanhaalden betreft slechts één van de vele archeologische opgravingen die Johannes Siebinga met collega’s deed. Op onderstaande kaart uit 1948 karteerde Siebinga zijn vondsten tot dan toe, gerangschikt naar datering. Vier worden er uitgelicht.

Archeologische vondstenkaart van Smallingerland door dr. Siebinga (1948). Klikken is vergroten.

Archeologische vondstenkaart van Smallingerland door dr. Siebinga (1948). Klikken is vergroten.

  • Blauwe Dobbe – Enkele van de oudste vondsten in de omgeving werden gedaan bij de Blauwe Dobbe, een meertje onder Houtigehage. Het betreft vondsten van rondtrekkende jagers die behoorden tot de Hamburgercultuur en rond 12.000 jaar voor Chr. leefden, direct na de laatste ijstijd. Deze rendierjagers sloegen waarschijnlijk hun zomerkampen op in deze omgeving. Veel van hun werktuigen werden gemaakt van vuursteen en dienden ter bewerking van de huid, botten en het gewei van de rendieren. Het zijn zulke boren, stekers, schrabbers en gekerfde stukken die archeologen als Siebinga hier aantroffen.
  • Leeuwarder Courant van 5 november 1937, blz. 5.

    Leeuwarder Courant van 5 november 1937, blz. 5. Klikken is vergroten

    Swartfean – Bij het Swartfean ten zuidoosten van de Leijen trof Siebinga een volledig kampement met een groot aantal artefacten aan uit de Midden-Steentijd (plm. 5.000 voor Chr.). In 1938 ontdekte hij de nederzetting en in de daaropvolgende winters werd de nederzetting opgegraven, onder andere door werkloze jongeren. Het krantenbericht hiernaast bevestigt dat.

Reconstructietekening van het 'vissersdorpje' aan de oever van De Leijen bij het Swartfean (door Peter Paul Hattinga Verschure).

Reconstructietekening van het ‘vissersdorpje’ aan de oever van De Leijen bij het Swartfean (door Peter Paul Hattinga Verschure).

  • Eibertsgeasten – Bij de Eibertsgeasten onder Nijega werden door Siebinga de overblijfselen van een grafheuvel uit de Nieuwe Steentijd aangetroffen. Het heuveltje was slechts 1 meter breed en 1,3 meter lang. Siebinga vond er een beker en twee bijlen. Even verderop werd in 1989 en 1990 een vindplaats uit de Midden-Steentijd opgegraven onder leiding van het Fries Museum. Deze vindplaats is gedateerd rond 5500 voor Chr.
  • Klein Hogenburg – Al voor de Tweede Wereldoorlog ontdekte dokter Siebinga een grafheuvel nabij het Drachtster vliegveld, zuidelijk van Drachtstercompagnie. Later, in 1968, is deze grafheuvel in zijn geheel opgegraven vanwege de uitbreiding van het vliegveld. De grafheuvel stamt uit de Bronstijd (plm. 1350 voor Chr.), het tijdvak dat zich kenmerkt door het gebruik en het smeden van metaal.

De informatie die hier wordt gepresenteerd over de archeologische vondsten is grotendeels afkomstig uit het hoofdstuk dat Klaas Bekkema schreef in het boek ‘Johannes Siebinga, meer dan een dokter’ (2009).

1 reactie

  1. Lien couperus

    Interressante informatie. Johannes siebenga was een neef van mn opa, jan siebenga. Bij de haar in marum, zijn volgens mij ook archeologische vondsten gedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Je mag deze HTML-tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>