↑ Terug naar Opeinde / De Pein

Historie

Wat ooit begon als een paar boerderijen ‘op ’t einde’ is in enkele eeuwen uitgegroeid tot een volwaardig dorp. Wie denkt dat Opeinde een ‘slaperig’ dorp is naast Drachten heeft het mis. De middenstand is nog altijd aanwezig en ook zijn er allerlei ontwikkelingen die de historie van morgen een impuls geven. In dit historische overzicht presenteren we de biografie van Opeinde in negen beknopte stappen.

Geologie en het landschap

Hoogtekaart (AHN3) van Opeinde en omstreken. Geel/oranje is hoog (1 tot 3 meter boven NAP), blauw is laag (beneden NAP).

Hoogtekaart (AHN3) van Opeinde en omstreken. Geel/oranje is hoog (1 tot 3 meter boven NAP), blauw is laag (beneden NAP).

Voordat de bewonersgeschiedenis aan de orde komt volgt hier eerst een korte inleiding hoe de streek landschappelijk gezien is opgebouwd. Zoomen we uit, dan zien we dat Opeinde op de rand van een Friese uitloper van het Drents Plateau ligt: een gebied van hoge zandgronden in het ‘binnenland’ van Noord-Nederland, omgeven door de kleigronden aan de kust van Groningen en Friesland. Het plateau heeft een basis van keileem uit de voorlaatste ijstijd en is in de laatste ijstijd bedekt met dekzand. Opeinde ligt op zo’n relatief hoge zandrug. Na de laatste ijstijd, vanaf ongeveer 10.000 jaar geleden, brak de huidige warme periode aan waarin er aan de randen van het Drents Plateau grote hoeveelheden veen ontstonden. Het veen, dat bestaat uit plantenresten die door natte omstandigheden niet rotten, werd in eerste instantie gevoed met water afkomstig van de hogere delen van het plateau. Waarschijnlijk bleven de zandgronden waarop Oudega, Nijega en Opeinde liggen onbedekt; heel anders was dat voor de gronden oostelijk van het dorp, waar uitgestrekte hoogvenen te vinden waren.

Vlag en wapen van Opeinde

Vlag en wapen van Opeinde.

De twee geologische ‘bouwstenen’ die voor Opeinde zo kenmerkend zijn – zand en veen – zijn, zo blijkt in het vervolg van dit historisch overzicht, van grote invloed geweest op de verdere wording van het dorp. Niet voor niets zijn beide verwerkt in het dorpswapen en de dorpsvlag van Opeinde (ontworpen in 2011). Vooral de ontginning en de winning van veen heeft geleid tot het huidige cultuurlandschap van houtsingels, langgerekte weidepercelen, vaarten en plassen. Dit karakteristieke coulissenlandschap valt onder het Nationaal Landschap ‘de Noardlike Fryske Wâlden’; Opeinde ligt hierin aan de zuidflank.

Meer weten?

Eerste bewoning

Johannes Siebenga

Johannes Siebinga

Uit onderzoek van dokter en amateurarcheoloog Johannes Siebinga (1898-1969) is gebleken dat onze streek al bewoond werd vanaf ongeveer 9000 jaar voor Christus. Ook bleek dat deze bewoning moet hebben geduurd tot ongeveer 1850 voor Christus. Pas veel later, in de late Middeleeuwen (1100 – 1400) vond er weer een migratie plaats. Uit deze tijd stamt de huidige bewoning van ons gebied. Onder meer dorpen als Oudega, Nijega en Opeinde zijn toen ontstaan op de hoger gelegen dekzanden. Doordat het gebied vanuit het westen steeds natter werd, bewoog de bevolking zich verder oostwaarts. In deze beweging bevond Opeinde zich ‘op ’t einde’. Verder oostelijk was alleen weinig meer dan een wildernis die bestond uit de hoogvenen nabij het huidige Rottevalle, Drachtstercompagnie en de Folgeren. Deze dorpen of buurtschappen ontstonden pas na de Middeleeuwen, in de periode van de vervening. Het is overigens pas in het jaar 1477 dat Opeinde voor het eerst in de archieven voorkomt. Ene pastoor genaamd Sapo tekent in dat jaar een overeenkomst tekent tot de aanleg van een waterkering: de Hegewei.

Meer weten?

Vervening

De Leijen vóór en na de vervening.

De Leijen vóór en na de vervening.

Net als Rottevalle en Drachtster Compagnie heeft ook de ontwikkeling van Opeinde veel te maken met de vervening. Toch ligt het dorpsgebied zelf niet in het oorspronkelijke veengebied zoals bij Drachtster Compagnie het geval is. De vervening waar Opeinde op gericht was in de 17e eeuw en 18e eeuw, vond plaats ten noorden van het dorp, zoals ‘it Swartfean’, ‘it Wytfean’ (in de richting van Eastermar) en ‘De Leijen’. Door naast het hoogveen ook het laagveen af te graven, ontstond op den duur het meer ‘De Leijen’. De Burmaniasloot is een van de wateren die werd gebruikt voor de afvoer van het veen: via deze gekanaliseerde rivier kon de gewonnen turf worden verscheept naar een opslag bij buurtschap De Kletten, om het vanaf daar over de Hegewei naar het oosten of westen te transporteren. De turfwinning in onze streek zou doorgaan tot in de jaren 1930.

Meer weten?

Zandwinning en het Opeinder Kanaal

Vond de vervening plaatst net buiten het dorpsgebied van Opeinde, bij het afgraven van zand was dit anders. Opeinde ligt op een zandrug die bestaat uit dekzand uit de laatste ijstijd. In de latere ontwikkeling van steden en dorpen in de 19e eeuw kon dit zand goed gebruikt worden. Met het graven van het Opeinder Kanaal kwam dit proces in een stroomversnelling. Het gevolg van de zandwinning is nog altijd goed te zien op hoogtekaarten en direct in het landschap nabij de Legauke, zoals bij de ijsbaan en Hegewei huisnummer 3. Ook in recentere jaren werd er overigens nog zand gewonnen in het dorpsgebied, zij het dat het hier om veel oudere en diepere zandlagen gaat. De voormalige visvijver bij de Sûderleijen en het ‘Djippe Gat’ zuidelijk van de Legauke zijn er de restanten van.

Zandwinning nabij de Legauke.

Zandwinning nabij de Legauke.

Een voorloper van het Opeinder Kanaal is op de kaart van 1848 al te zien onder de vermelding ‘het Juffersgat waterlossing’. Zoals de naam hier al een beetje doet vermoeden is dit eerdere kanaaltje aangelegd om overtollig water nabij de Smalle Eesterzanding af te voeren richting de Lauwers. Maar bij hoogwater en westelijke wind bleek dit niet voldoende. Daarom is in 1882 begonnen met het vergroten van dit kanaal: het Opeinderkanaal kreeg vorm. Men kwam er al gauw achter dat het nieuwe kanaal ook goed bevaarbaar was en gebruikt kon worden voor de aan en afvoer van goederen. Met name op de kruising met de Lijkweg (later bekend als Kommisjewei) ontstond levendigheid. Er was alleen één probleem: het dorp zelf ligt op dat moment nog één kilometer verder oostwaarts, nabij het huidige Nijtap.

Meer weten?

Verplaatsing van het dorp

De oude hervormde kerk die bij het kerkhof te Nijtap stond.

De oude hervormde kerk die bij het kerkhof te Nijtap stond.

Elke straat en buurtschap heeft natuurlijk zijn achtergrond. Het voert te ver ze hier allemaal te noemen, op één na: Nijtap. Wat nu Nijtap heet vormt namelijk de basis voor het oorspronkelijke Opeinde. Ooit stond op het nog altijd bestaande kerkhof bij Nijtap een hervormde kerk; genaamd de Salvatorkerk. Deze romaanse kerk is waarschijnlijk al in de 13e eeuw gebouwd. Met het graven van het Opeinder Kanaal ontstond de drang tot het verhuizen van het dorp, ‘althans’ haar bewoners, en daarmee ook voorzieningen als de kerk. Besloten werd in 1906 een nieuwe kerk te bouwen tussen het oude (Nijtap) en het nieuwe, aan het kanaal gelegen, Opeinde. Vandaar dat de locatie niet centraal in het huidige Opeinde ligt. De oude Salvatorkerk werd in 1910 afgebroken, het kerkhof plus klokkenstoel resteert.

Meer weten?

Opkomende bedrijvigheid in de 20e eeuw

Coöperatieve Zuivelfabriek 'De Eendracht'

Coöperatieve Zuivelfabriek ‘De Eendracht’

De bedrijvigheid rond het kanaal werd groter. Zo wordt in 1892 de Coöperatieve Zuivelfabriek ‘De Eendracht’ opgericht. Het fabrieksgebouw verrees direct aan het kanaal, zodat het gemakkelijk was om materialen en producten aan en af te voeren. Na aanvankelijk enkele strubbelingen en zelfs een tussentijdse sluiting en verplaatsing (1912) zou de fabriek ook een zeer florissante tijd doormaken. Uiteindelijk volgde er een fusie met de fabriek in Gerkesklooster en in 1986 zouden de deuren in Opeinde voorgoed sluiten. Daarnaast kreeg ons dorp meerdere bakkers, slagers, een timmerfabriek, een smid, kledingmakerij, wijnmaker, twee timmerbedrijven, drie kruideniers, cafeetjes, schilders en talloze andere middenstand. Een bedrijf dat momenteel nog altijd operationeel is in Opeinde is de grasdrogerij. Het initiatief kwam van de zuivelfabriek met als reden de Tweede Wereldoorlog. In de tweede helft van de jaren 1930, toen er op meer en meer plaatsen oorlog gevoerd werd, ontstond er een tekort aan krachtvoer voor het melkvee. Hierdoor verminderde de aanvoer van melk en dit had natuurlijk directe gevolgen voor de zuivelfabriek, gevolgen die met lokaal geproduceerd krachtvoer als dat van de naastgelegen grasdrogerij konden worden ondervangen.

Foto van de toenmalige brug (inclusief spoor) in de Kommisjewei over het kanaal, genomen met de rug naar het oosten.

Foto van de toenmalige brug (inclusief spoor) in de Kommisjewei over het kanaal, genomen met de rug naar het oosten.

Een belangrijke infrastructurele ontwikkeling was de tram. Van 1896 tot 1948 kon men per spoor richting Sumar of Drachten en verder. De wereld werd bereikbaar. Naast de tram was ook de automobiel in opkomst en zo ontstond er de behoefte aan een goed wegennet. Dit was er anno 1920 allerminst. Niet voor niets werd de Kommisjewei in die tijd ook wel ‘de Grindweg’ genoemd. In de winterdagen was dit bij tijd en wijlen zo slecht dat ziekenauto’s en ander noodzakelijk verkeer de route begonnen te ontwijken. De eerste wegen werden pas rond 1925 bestraat en de Kommisjewei was in 1949 aan de beurt. Vanaf toen was het hek van de dam en wilde men op de hoofdweg alsmaar sneller kunnen rijden. Ongelukken zouden niet uitblijven. Gelukkig werden we met de jaren wijzer: in de jaren 1970 de Wâldwei gereed, waardoor niet-bestemmingsverkeer niet meer door het dorp hoefde te rijden. Een bewijs dat de visie op verkeer en bereikbaarheid met de jaren verandert.

Was er voor de aanleg van de bestrating al enige overtuiging nodig, ditzelfde gold ook bij de vraag naar straatverlichting. Men is tegenwoordig niet anders gewend, maar men moet zich voorstellen dat er een tijd was dat er ‘s avonds buiten niets anders was dan duisternis, in combinatie met een grotendeels onverhard wegennet. Het zou tot 1908 duren voordat Opeinde haar eerste straatlantaarn kreeg; de tweede straat lantaarn liet nog eens zeven jaar op zich wachten.

Meer weten?

Tweede Wereldoorlog

De gedenkstenen aan de Reinder de Vriessingel.

De gedenkstenen aan de Reinder de Vriessingel.

De Tweede Wereldoorlog heeft bijna elk Nederlands dorp getekend. Zoals wellicht bekend had Opeinde het nog relatief goed in vergelijking tot het westen. Dit bracht veel mensen, waaronder onderduikers, naar het noorden. Acht dorpelingen dan wel onderduikers zouden slachtoffer worden van deze oorlog. Eén van de bekendere voorvallen is de razzia bij boerderij ‘de Overwinning’, waarbij in november 1944 in totaal vier mensen de dood vonden. Ook stortten twee geallieerde vliegtuigen neer in het dorpsgebied, die pas in 1992 volledig werden geborgen. Sinds 1995 heeft het dorp een monument ter herdenken van de oorlogsslachtoffers, gelegen aan de Reinder de Vriessingel. In 2010 kwam daar een gedenksteen bij voor de omgekomen geallieerde strijders. Daarnaast zijn er de oorlogsgraven op de begraafplaats bij Nijtap: de ‘Commonwealth War Graves’.

Meer weten?

Naoorlogse ontwikkelingen

Een landbouwkundige ontwikkeling van na de oorlog die impact heeft gehad op het landschap is de ruilverkaveling Garijp-Wartena in de jaren ‘60. Perceelsgrenzen, sloten en wegen werden verplaatst zodat grondgebruikers efficiënter met hun land om konden gaan. Deze ‘rationalisering’ van het landschap deed een deel van de in het landschap leesbare historie voorgoed verdwijnen. Tegelijkertijd werd er in de jaren ’70 een nieuwe landschappelijke laag bij: de infrastructuur van de gaswinning. Ongeveer twee tot drie kilometer onder Opeinde bevindt zich gas in de ondergrond dat vanaf een aantal boorlocaties in de streek wordt gewonnen en via een stelsel van leidingen wordt afgevoerd. Het eveneens in de ondergrond aanwezige schaliegas blijft vooralsnog onaangeroerd.

Luchtfoto waarop de aanleg van de Wytze Brandsmaloane en de Reinder de Vriessingel te zien is. Op de weilanden aan de rechterkant zou later de Teije Blauwsingel worden aangelegd.

Luchtfoto waarop de aanleg van de Wytze Brandsmaloane en de Reinder de Vriessingel te zien is. Op de weilanden aan de rechterkant zou later de Teije Blauwsingel worden aangelegd.

Het dorp zelf groeide na de oorlog gestaag door. In de jaren ‘70 vond men dat een dorp pas volwaardig was met méér dan 2000 inwoners. Een aantal uitbreidingen volgde. Waar de bewoning vóór de oorlog met name aan de Kommisjewei en de Hegewei geconcentreerd was, werd vanaf eind jaren ’60 het gebied daartussenin geleidelijk bebouwd. Allereerst aan de oostkant van het kanaal, waar in de jaren ’60 en ’70 onder meer het Hegedykje, de Healwei en de Dokter Siebingasingel werden aangelegd. In de jaren ’90 volgde de nieuwbouw aan de westzijde van het kanaal. De 2000 inwoners zouden nooit worden gehaald. Er is zelf sprake geweest van enige terugloop, mede door de vergrijzende tendens en de verplaatsing van de grens van het dorpsgebied met het naburige Drachten.

HO7

Schets van het beoogde woon- en natuurgebied ‘De Peinder Mieden’.

Momenteel zijn er vergevorderde plannen voor een nieuwe ontwikkeling in het dorp: de ‘Peinder Mieden’. Met maximaal 45 uit te geven kavels ligt hier de focus meer op natuur dan op bebouwing. De 2000ste inwoner is dus voorlopig nog niet in zicht. Naast dat Opeinde zich na de oorlog heeft uitgebreid deed Drachten hetzelfde, maar dan op aanzienlijk grotere schaal. Inmiddels is de bebouwing van Drachten de oorspronkelijke grens van Opeinde gepasseerd met wijken als Vrijburgh en Burmania en meest recent met het bedrijventerrein ten zuiden en oosten van Nijtap. Met deze nieuwste ontwikkelingen lijkt het einde van de expansie in zicht: momenteel wordt er op de nieuwe dorpsgrens een groene buffer – de ‘Reindersmabosk’ – aangelegd die tevens de Kommisjewei en de Hegewei middels een fietspad gaat verbinden.

Meer weten?

Religie, onderwijs en verenigingsleven

De streek waarin Opeinde ligt is van oudsher hervormd. De oude Salvatorkerk uit de 13e eeuw die bij Nijtap stond was vanaf de restauratie hervormd; in 1908 werd deze herbouwd op de huidige plek (Kommisjewei 25). Vanaf het einde van de 19e eeuw waaide het gereformeerde geloof vanuit Oudega over naar Opeinde, Nijega en De Tike, waar een gezamenlijke gemeente werd gesticht met het kerkgebouw aan de Kommisjewei, halverwege Opeinde en Nijega. Christelijk onderwijs werd opgericht in 1898. Eerder al was er openbaar onderwijs. Anno 2015 bereiden beide scholen een fusie voor, na meer dan 100 jaar naast elkaar te hebben bestaan.

Verder zijn er tal van verenigingen die veelal in de 20e eeuw werden gesticht. Het gaat uiteraard te ver ze allen te benoemen. Een van de oudste is Vereniging Dorpsbelang Opeinde, opgericht in 1901 en nog altijd een gerespecteerde vertegenwoordiging van het dorp. Een belangrijke bindingsfactor is voetbalvereniging O.N.T. (Opeinde, Nijega, De Tike, ) die, zoals de naam al aangeeft, meer bindt dan alleen de mensen binnen het dorp (1962). Verder heeft Opeinde een korfbalclub (1944), een ijsvereniging (1886), een watersportvereniging (1981), een tennisvereniging (1991) en een kaatsvereniging (1955). Daarnaast zijn er diverse vrouwenverenigingen, koren, muziekverenigingen, een toneelvereniging, tot voor kort nog een eigen bibliotheekfiliaal en is er de vogelwacht. Een gemene deler voor veel van deze clubs is dorpshuis De Wringe, opgericht in 1990 en in september 2015 dus vijfentwintig jaar het sociale hart van het dorp. Eén van jongste verenigingen, tot slot, houd zich ironisch genoeg bezig met het verleden…

Meer weten?

  • Opeinder Courant #2 – IJs en weder dienende over hardrijderijen en de ijsvereniging van Opeinde.
  • Toen & nu #6 – Hervormde kerk.
  • Het boek ‘100 jaar Christelijk basisonderwijs in Opeinde-Nijega‘  door Jan Bijlsma (2004).
  • Het boek ‘Honderd jaar Gereformeerde kerk Nijega, Opeinde en De Tike (1891-1991)‘  door Jan Bijlsma (1991).
  • Het boek ‘Voetbalvereniging ONT. Een halve eeuw balvaardig’ door Jan Bijlsma (2012).
  • Het boek ‘Tussen Leijen en Legauke’ van Harm en Foppe Kielstra (2001), met een uitgebreide beschrijving van het verenigingsleven in de 20e eeuw.

 

Het overzicht hierboven is maar een zeer korte samenvatting van de rijke geschiedenis van ons dorp. Het doel is dus niet een volledige of uitputtelijke geschiedenis weer te geven. De opzet is om dit overzicht en en de ‘meer weten‘-linkjes in de toekomst geleidelijk aan uit te breiden.

Dit historisch overzicht is tot stand gekomen dankzij René Hogendijk (smallingerland.webklik.nl) in samenwerking met Wessel van Vliet (webredactie hfdepein.nl).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Je mag deze HTML-tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>